Vort Melle, hortsik, hup

Bron: volkskrant.nl

 

Je leert Je collega’s beter kennen Als je gaat survivalen in de Ardennen. Je kunt ook woordjes gaan prevelen in paardenoren. tekst Hans Pieter van Stein Callenfelsfoto’S Marcel van den Bergh

‘Toe maar Melle. Vooruit. Tsjk, tsjk. Hup.’

Maar hoe hard Wil Poldervaart het ook probeert, Melle komt niet in beweging. Ja, eventjes, maar dat is om doodkalm naar de rand van de paardenbak te sjokken voor wat gras. Alsof er naast hem helemaal geen licht nerveuze man van middelbare leeftijd staat, die hem met behulp van een klein touwtje een rondje door de bak wil laten lopen. Zweetdruppels vormen zich op Wils voorhoofd.


‘Kom op Melle. Hortsik!’

Van een afstandje kijkt stalhouder en managementtrainer Harry Selier glimlachend toe. ‘Laat je stem eens horen Wil! Jij bent de leider!’ En dan, zachter, tegen de rest van de groep, die langs de bak zit te ginnegappen om Wils gemodder met het paard: ‘Moet je opletten wie nou wie in beweging brengt.’

De groep knikt. Ja, nu zitten de vrijwilligers van de Hospice-stervensbegeleiding uit Nieuwkoop hun collega Wil nog lekker uit te lachen, maar straks zijn zij één voor één aan de beurt om te proberen Melle in gang te krijgen. En daar kunnen ze de opmerkingen van Selier wel bij gebruiken.

 

Pijlenschema’s

Harry Selier en zijn dochter Juliet geven samen sinds een paar jaar workshops paardenfluisteren op hun stalhouderij in Aarlanderveen, midden in het Groene Hart. Sinds Robert Redford in de film The Horse Whisperer zachtjes in het oor van een wild paard prevelde, en zo het beest de baas werd, weet iedereen wat een paardenfluisteraar doet. Het is geen toeval dat Selier en zijn dochter na het succes van die film zijn begonnen met hun workshops. Maar in Aarlanderveen komen er geen wilde paarden aan te pas, al is het principe hetzelfde: word met behulp van je stem en houding de baas over een paard. Krijg het in beweging. En leer en passant beter communiceren met je collega’s.

Dus voordat de dertien deelnemers van de Hospice-groep op een donderdagmiddag de bak in mogen met paard Melle, krijgen ze een paar uur communicatietraining. Achter de stallen, naast een weiland zitten ze aan een lange houten tafel. De zon schijnt. Stencils met pijlenschema’s en vetgedrukte woorden als ZENDER en ONTVANGER en RUIS gaan over tafel.

 

Levensruimte

‘Wat is jullie opgevallen toen jullie hier aankwamen?’, vraagt Selier. ‘Je gaf ons een hand!’, roept iemand melig. Selier is onverstoorbaar. ‘Goed, en wat viel jullie nog meer op?’ ‘Je zei: “leuk je te ontmoeten”. En je boog voorover.’

Selier: ‘Precies. Ik tikte even je levensruimte aan. Dát is ontmoeten. Probeer maar met je buurman en buurvrouw.

Iedereen staat op, en tussen het geknik en handengeschud, klinkt dertien keer, nog een tikje gegeneerd, ‘leuk je te ontmoeten.’

‘Ontmoeten, heel belangrijk’, zegt Selier. ‘Maar dat vak wordt nergens gegeven.’

Niet dat het veel zin heeft om tegen een paard te zeggen dat het leuk is om hem te ontmoeten, maar, legt Selier uit, het gaat erom dat je even stilstaat bij de eerste ontmoeting met iets of iemand anders. Of je écht aandacht hebt voor wie je tegenkomt. ‘De levensruimte van een paard is ruim veertien meter’, zegt hij ernstig. ‘Bedenk dat als je de bak instapt.’

Autoriteit in je stem

En zo gaat het nog even door. Na een halfuurtje weten de deelnemers ineens van zichzelf of ze boeiers (koppig, weinig vrienden, constant op zoek naar nieuwe uitdagingen) of binders (loyaal, veel familie en vrienden) zijn. En ook dat is belangrijk als je wilt zorgen dat een paard doet wat je wil. Selier: ‘Een paard wil geleid worden. Benader het schuin van achter, en leg autoriteit in je stem.’ En vooral dat laatste kan nog wel eens lastig zijn als je een binder bent.

Een volgende opdracht: waar denk je aan bij het woord geld? ‘Rijkdom!’, zegt iemand. ‘Noodzakelijk’, roept iemand anders. ‘Een middel’, zegt een derde. Kijk, zo simpel is het, zegt Selier. ‘Ik noem één begrip, en krijg drie verschillende betekenissen. Hoe weet je nu welke ik bedoel? Denk daar maar over eens na als jullie weer een Hospice-vergadering hebben.’

De meligheid verdwijnt. De sfeer wordt zelfs emotioneel, als bij een volgende opdracht de collega’s tegen elkaar moeten zeggen wat de ‘klik’ tussen hen is. ‘Carolien, warmte.’ ‘Jelle, vriendschappelijkheid.’ ‘Wil, gedrevenheid voor de goede zaak.’ Selier kijkt de groep rond. ‘Heel goed. Probeer die klik ook te vinden in je ontmoeting met het paard.’

Borstelen

En dan is het tijd om met de paarden aan de slag te gaan. Om alvast te wennen mogen de deelnemers ze eerst borstelen. ‘Raar idee eigenlijk,’ zegt Patricia Pol al roskammend, ‘dat je al die tijd in hun levensruimte staat.’

Eén voor één gaan de deelnemers de bak in. De één krijgt Melle zonder problemen aan de wandel, de ander holt er als een dwaas achteraan. Selier observeert. ‘Loop jij in het dagelijks leven jezelf ook nooit voorbij?’, vraagt hij één van de deelneemsters.

Ook de verslaggever moet eraan geloven. Goed, rug recht, alle aandacht op het paard, van schuinachter benaderen, en overwicht in je stem brengen. ‘Vort. Melle. Hup. Stap.’ En warempel: het beest begint in lome tred een nieuw rondje door de bak.

Selier leunt achterover en knikt. ‘Duidelijk een boeier.’

 

Bekijk het originele artikel